home

Artikel gepubliceerd in magazine 'Diep', zomer 2007

Terugspeeltheater poetst niets weg

‘Oh,oh, als je jezelf eens kon zien! Wie heeft dat nooit gezegd tegen iemand die zich onredelijk gedroeg? Voor de spiegel slepen heeft echter geen zin, want niemand kan zichzelf zien door andermans ogen. Theater houdt de mens al eeuwenlang een spiegel voor en dat geldt bij uitstek voor een bijzondere vorm van improvisatietheater dat zich terugspeeltheater noemt en dat die spiegelfunctie heeft geperfectioneerd. Dit theater leert je wel kijken naar jezelf alsof je door de ogen van een ander kijkt.

Terugspeeltheater is in de jaren zeventig in Amerika ontwikkeld door Jonathan Fox  (zie kader) die de naam Playback Theatre bedacht. Theatermaker Henk Hofman, die een handleiding over improvisatietheater schreef (Improviseren kun je leren), introduceerde deze spelvorm in Nederland en muntte de term terugspeeltheater. Gelukkig maar, want bij playback denk je meteen aan nep (Dolly Parton!) en terugspeeltheater is allesbehalve nep.

Hoe werkt de spiegel die terugspeeltheater ons voorhoudt? Acteurs en muzikanten spelen verhalen uit het publiek direct terug. Net als in het ‘gewone’ theater wisselen lach en traan elkaar af. Kleine dingen worden opgeblazen, vervormd als in een lachspiegel. De man met het ochtendhumeur ziet zichzelf als karikatuur terug en kan om zichzelf lachen; voor zijn omgeving wenkt een hoopvol perspectief. Groot verdriet, als ziekte en verlies wordt kleiner, lichter gemaakt. De vrouw die zich machteloos voelt omdat haar kind in de war is, voelt zich getroost door een scène waarin moederliefde centraal staat. De kracht van het terugspeeltheater, niet voor niets van oorsprong een vorm van psychodrama, is dat het niet alleen het verhaal van de enkeling uit het publiek honoreert, maar die spiegel zo groot maakt dat iedereen zich erin kan herkennen. Persoonlijke ervaring wordt getransformeerd tot gedeelde ervaring.

‘Ik ben, omdat wij zijn,’ zegt actrice Tjitske Muller dan ook, deze uitspraak komt uit het boek African Tribal Leadership van Willem de Liefde en is een afrikaans-Ubuntu-concept het staat tegenover “ik denk dus ik besta!. Zij is woordvoerster van Theater Draad, een van de vier Nederlandse gezelschappen die aangesloten zijn bij de International Playback Theatre Network. ‘We treden drie keer in de week op voor bedrijven en instellingen en daarnaast iedere maand in een theater ergens in Nederland, waarvan òm de maand in ons ‘‘huistheater’’ in Utrecht. Of we nu voor particulieren spelen of voor personeelsleden van een bedrijf of afdeling waar het niet botert, we spelen altijd zonder te oordelen. De mensen die een verhaal vertellen moeten zich bij ons veilig voelen. We noemen ons theater Draad omdat we een verbinding tot stand willen brengen tussen mensen; eigenlijk ìs iedereen verbonden en willen we de verbinding bloot leggen. Niemand wordt gedwongen zijn verhaal te vertellen, die keuze maken ze zelf. Wij proberen een diepere laag aan te boren, maar poetsen niets weg. Tijdens een voorstelling kunnen er veel emoties loskomen. In zekere zin kun je dit een helende vorm van toneelspelen noemen.’

Hoe zo’n voorstelling in zijn werk gaat, ervaar ik op een zondagmiddag in het  Utrechtse Schillertheater aan de Minrebroederstraat. Een mini-theater waar ooit  cabaretiers als Hennie Oliemuller, Herman Berkien en Tineke Schouten het publiek vermaakten. Nu zitten er zo’n vijftig mensen in het zaaltje, dat daarmee nagenoeg gevuld is. De accordeonist  en percussionist, voor wie geen geluidseffect te gek is, spelen al als het publiek binnenkomt. Zij zitten aan de rechterkant van het toneel. De drie acteurs van deze dag (Draad telt 9 vaste acteurs/musici)  en de spelleider staan letterlijk te trappelen van ongeduld om te beginnen. De spelleider (conductor in het jargon van het Playback Theatre) staat tussen het publiek en de spelers. Hij zit aan de linkerkant van het toneel op een krukje. De lege kruk naast hem is voor de dappere verteller uit het publiek. In de meeste voorstellingen is dat een stoel, daar zit de verteller dus op de ‘praatstoel’. De verteller zit dicht bij de spelers die met het verhaal aan de slag gaan. De spelleider heeft een subtiele rol, hij moet ervoor zorgen dat de verteller zich op z’n gemak voelt, maar hij moet ook door vragen te stellen (namen, plaatsen, tijdstippen, leeftijd, maar ook gevoelens en gedachten) de spelers houvast bieden. Is het verhaal verteld, dan bepaalt de spelleider de vorm waarin wordt teruggespeeld (3 soli, scène, gezongen, gemimed, enz.). Die middag zullen tien verhalen – van vijf mannen, drie vrouwen en twee kinderen – worden teruggespeeld.

Als de spelleider heeft uitgelegd hoe terugspeeltheater werkt, polst hij voorzichtig wie iets wil vertellen. Over de lente misschien? Spontaan gaat een kinderhand de lucht in. Bij lente denkt ze aan nieuw leven, dieren die geboren worden. We zien het voor ons, lammetjes in de wei. Dan vertelt ze dat ze een konijn had, maar dat die dood is en hoe verdrietig ze daar nog over is. Nee, op de kruk wil  ze niet. Van de spelleider mag ze in de zaal blijven zitten en dan volgt een ontroerend stukje toneel, waarin kinderverdriet wordt getoond –een actrice pakt een lap stof en wiegt ermee alsof ze een baby in haar armen draagt, en wordt er een aparte konijnenafdeling in de hemel gesuggereerd, maar met mogelijkheid tot terugkeer op aarde. Even houd ik mijn hart vast, hoe sentimenteel gaat deze voorstelling worden? Maar gelukkig weten de spelers vals sentiment te vermijden. Het zal de spelleider verder geen moeite kosten om mensen een verhaal te laten vertellen, de toon is gezet.  

De overige verhalen hebben uiteenlopende thema’s, zoals: arbeidsconflict (hoe ga je om met ontslag – hier liefdevol opgelost); vertrouwen (leidinggevende zet zijn medewerkers voor aap door een fake bericht – (de spelers houden hem een lachspiegel voor), onmacht (leraar die een eenzame leerling niet kan bereiken – hem wordt voorgehouden dat er grenzen zijn aan wat een meester vermag, hij hoeft zich niet schuldig te voelen); vader-zoonrelatie (samen naar het voetballen, het kind in de vader komt boven, maar tegelijk blijft er afstand – hilarisch teruggespeeld in een scène waarin het dunne vernis van de beschaving wordt afgetast); rolmodel (autokoper laat zich door vrouwlief op een voetstuk plaatsen – een van de acteurs gaat op een stoel staan en speelt een kakelende caesar); opoffering (moeder die dag en nacht voor iedereen klaarstaat – gerelativeerd door uitvergroting van ‘ze hebben me nodig, de wereld draait niet zonder mij’); veiligheid (moeder van autistische dochter die machteloos ziet hoe zelfs op een bijzondere school haar kind bescherming zoekt – de worsteling van het meisje wordt verbeeld door een van de spelers die verstrikt raakt in haar kleding). Als ‘toetje’ worden alle verhalen in slow motion achterelkaar vertoont. En dan is het voorbij en ik schaam me geenszins voor de spreekwoordelijke brok in de keel. Vooral het gedetailleerde verhaal over het autistische kind heeft me geraakt. Een meisje met een fobie voor bloed, dat getuige is van een ruzie tussen twee jongens waarbij b.l.o.e.d. vloeit (zij kan het woord niet uitspreken, alleen spellen) en dan gaat rennen tot ze ergens tegenaan botst, maar wat doe je als je in een gebouw bent met eindeloos veel gangen, die in de rondte lopen zodat je nergens tegenaan botst? En waar is die boomhut toch, die ene plek die veiligheid biedt. Liefde en veiligheid, daar draait dit verhaal om. De behoefte eraan van een kind en het (on)vermogen van de volwassene om daarin te voorzien. Het verhaal is van een ander, maar het nestelt zich in mij. Wat heb ik nodig en wat heb ik te bieden? Je kunt met een slechtere vraag een theater verlaten.


Jonathan Fox richtte in 1975 in New York het Playback Theatre op. Een van zijn inspiratiebronnen was de traditionele manier van verhalen vertellen in Nepal en de kracht die daarvan uitging op de gemeenschap. Op de website van het International Playback Theatre Network (IPTN) vat Fox zijn theatervorm als volgt samen:

 Er zijn tal van manieren om terugspeeltheater te beoefenen, omdat

•    het spannend en leuk is;

•    het veel van je vraagt: creativiteit, integriteit en de bereidheid om samen te werken;

•    je er jezelf met heel je lijf in kunt storten;

•    je je eigen verhaal erin kwijt kunt.

Maar vooral omdat je anderen in staat stelt hun verhaal te vertellen en daarmee een bijdrage levert aan de wereldvrede. 


A. Neroli




Going Dutch!
IPTN Course 'Playback for a living'
PDF

Draad in Theater aan de Parade in Den Bosch
LEES VERDER

Theater Draad in magazine Diep
LEES VERDER




E-mail nieuwsbrief
Vul uw mailadresin en we houden u op de hoogte!